Historie
De witte kortharige Chien de
Vendée (+ 60 cm en meer) wordt beschouwd als de voorvader van de
Griffon Vendéen. Deze witte kortharige Vendéen onstond uit
kruisingen van witte Chiens de St. Hubert en de beroemde Chiens
Blancs du Roi (de grote witte Koningshonden) maar hij is al
geruime tijd uitgestorven.
Graaf Couteulx de Canteleu
schreef in zijn eerste boek - La Vénerie Française uit 1858 -
dat handelde over de Vénerie (de traditionele jacht met de
meute ook wel de Chasse à Courre genoemd), over de honden uit de
Vendée het volgende: "edel hoofd, soepel oor, dun, lang en goed
vallend, de vacht is kort en fijn en de staart is dik bij de
aanzet en geleidelijk dunner wordend aan het einde". Het was dus
een kortharige en edele hond. De Markies de Baudry d’Ason had
nog de beste honden van dit ras in die tijd en sommige dieren
uit zijn meute hadden ruwhaar of half-ruwhaar.
Hoe kwamen ze aan die ruwe vacht?
Het was één van de kenmerken van
de Segusii. Zij hadden donkere ruwharige vachten. De naam
Segusii is afgeleid van de naam die de bevolking in het gebied
tussen Lyon en Bresse ( tot bij Mulhouse) had. De afstammelingen
van deze honden werden de "Chiens de Bresse" genoemd en zij
vielen niet in de smaak bij de ‘hoge heren’ en werden normaal
gesproken niet gehouden in de meutes van de adel. De honden
waren boers, donker gekleurd en ook nog ruwharig zodat ze bij
hun edele, lichtgekleurde en kortharige soortgenoten in de
schaduw stonden.
De jachtkwaliteiten van deze
Chien de Bresse werd echter alom gewaardeerd omdat ze zeer
ondernemend en vasthoudend van aard waren en hun mannetje
stonden als het om grof wild ging. Vooral de jacht op (flinke)
wolven en ander minder vriendelijk wild zoals wild zwijn en
beren (dat hadden ze nog in die tijd in Frankrijk) bezorgde hen
hun reputatie als uitstekende en veelzijdige jachthond. Dat is
waarschijnlijk de reden geweest dat men uiteindelijk enkele van
deze Chiens de Bresse heeft gekruist met de witte kortharige
Vendéen en de Chiens Blanc de Roi, om zo te zeggen het
functionele en het mooie aan elkaar te binden. Het resultaat was
een grote ruwharige, bont gekleurde hond waarbij oranje/wit de
voorkeur had.
In de Vendée bestond het ras
Griffon Vendéen waarschijnlijk al langer maar het was pas na de
revolutie 1878 en de sociale veranderingen in de 19e eeuw kwam
het ras pas goed tot ontwikkeling. We hebben het hier over de
Grand Griffon Vendéen (65 cm schofthoogte en meer) die vooral
geroemd werd voor zijn moed en vastberadenheid voor de jacht op
wolven.
|